« zand in je typemachine | Main | vrouwen komen misschien niet van Venus, maar zeker niet van de aarde »

11 maart 2005

tenen als prijskomkommers

Dit is de volledige versie van het - iets ingekorte - artikel dat vandaag op de Forum-pagina van de Volkskrant is gepubliceerd. Het is een antwoord op het stuk van Arjan Peters in de Volkskrant van 7 maart. De discussie over de Gouden Doerian wordt hiermee afgesloten, in elk geval op dit weblog. Volgend jaar verder.

Arjan Peters heeft natuurlijk gelijk. Het instellen van een prijs voor de slechtste Nederlandse roman, de Gouden Doerian, was een aardig initiatief. Hij heeft ook gelijk als hij zegt dat de eerste uitreiking niet vlekkeloos is verlopen. Hij heeft gelijk als hij zegt dat het niveau van de kritiek die de jury kreeg zeer laag was. En hij heeft overdonderend gelijk als hij zegt dat de volgende Gouden Doerian een kritische jury verdient, die haar werk naar behoren doet.
De Gouden Doerian heeft de nodige opschudding veroorzaakt. Literaire boeken werden hard en zonder eerbied behandeld, schrijvers schoten in een stuip en vergeleken de juryleden met nazi-kopstukken, juryleden stapten op en de Gouden Doerian voor het slechtste boek werd uiteindelijk niet uitgereikt. Arjan Peters heeft wel enige reden om te beweren dat het niet allemaal vlekkeloos is verlopen.
Er zijn ook enkele dingen waarin Peters geen gelijk heeft. Peters stelt dat deze jury, die bestond uit drie vooraanstaande critici (Jeroen Vullings van Vrij Nederland, Maarten Moll van Het Parool en Michaël Zeeman van De Volkskrant), een van de beste boekhandelaren van Amsterdam (Jaap van Straalen) en een schrijver die tevens acht jaar bij diverse uitgeverijen als redacteur werkte (Adriaan Jaeggi) niet op haar taak berekend was. Als dat zo is ben ik benieuwd bij wie hij wel de benodigde expertise hoopt te vinden om zo’n prijs uit te reiken. De meeste oud-politici hebben dat helaas al eens gedaan.
Peters’ suggestie dat het juryrapport vol zou zitten met fouten is kinderachtig. Als de twee betwistbare voorbeelden die hij aanhaalt de enige zijn die hij bij elkaar heeft kunnen schrapen uit de overvloedige jury-rapportage, dan heeft de jury van de Doerian haar werk nog altijd een stuk beter gedaan dan de redacteuren van de meeste boeken die op de shortlist stonden, en ook een stuk beter dan de redacteur van de Volkskrant die de tautologie ‘individueel gekapitteld’ in Peters’ stuk liet staan.
Als Peters stelt dat de jury ‘zich de mond heeft laten snoeren’ door de reacties van o.a. Joost Zwagerman en Leon de Winter heeft hij ook geen gelijk. Er is geen sprake van de mond snoeren – Peters schrijft zelf dat de juryleden het doel van hun prijs ‘her en der in kranten en weekbladen’ hebben kunnen toelichten. Maar belangrijker nog: het staat een jury vrij om een prijs niet uit te reiken, als zij dit verkiest. Deze jury vond dat de gedachte achter de prijs – het signaleren van een groeiend aantal slecht geschreven en slecht begeleide boeken – niet gediend was met de uitreiking door een onvolledige jury. Als een prijs als de Doerian ondergesneeuwd dreigt te raken door gekrakeel van schrijvers met een ego ter grootte van de Oosterscheldedam en tenen met de lengte van prijskomkommers, dan moet een jury niet haar eigen zin doordrijven, maar het doel van de prijs in het oog houden.
Dat doel is grotendeels bereikt: de Gouden Doerian-jury heeft binnen een maand een prijs in het leven geroepen waar ongemeen fel over gediscussieerd werd. Maar de jury is niet blind voor eigen fouten. Zij is zich ervan bewust dat zij, door enthousiasme gedreven, in het begin te hard van stapel is gelopen. Het verwijt dat er tamelijk ongenuanceerd op boeken werd ingehakt mag gelden voor de longlist. Maar die longlist gelijkstellen met de later gepubliceerde shortlist – waarin dieper wordt ingegaan op de tekortkomingen van genomineerde boeken, redacteuren en uitgevers – is dan weer appels met peren vergelijken. Op de shortlist van de Gouden Doerian worden géén persoonlijke aanvallen gepleegd (zoals iedereen kan controleren op dit weblog), maar probeert de jury na te gaan wáár in het hele proces van schrijver tot boekhandel het is misgegaan. Op de jurymotivatie bij de shortlist is tot nu toe dan ook geen kritiek van belang geweest.
Tot slot mag de kritiek op de ondoorzichtige jury-procedure iets genuanceerd worden. De indruk is gewekt dat de longlist zonder overleg is samengesteld. Dit is bezijden de waarheid. De procedure ging als volgt: alle juryleden hebben een aantal boeken genomineerd. Daarnaast zijn uit het publiek een stuk of twintig nominaties voor slechte boeken gekomen. De boeken die het vaakst genoemd werden, en de boeken waarvoor een volgens de jury steekhoudende motivatie werd gegeven, zijn op de longlist terechtgekomen. Misschien een aanvechtbare procedure, maar wel duidelijk.
Alle juryleden hebben vervolgens de longlist van tevoren gemaild gekregen met het verzoek erop te reageren. Bij uitblijven van reactie zou worden aangenomen dat het jurylid het ermee eens was.
Ook Jeroen Vullings, het eerste jurylid dat opstapte, heeft de longlist vóór publicatie gemaild gekregen. Hij heeft hem alleen niet gezien omdat hij op vakantie ging. Deze aanstaande vakantie had hij bij zijn aanvaarding van het jurylidnaatschap niet gemeld. Dat hij bij terugkomst twee boeken op de longlist aantrof die hij in Vrij Nederland positief had besproken was dus niet een fout van de jury, maar van een jurylid. Hopelijk is daarmee ook het bizarre gerucht uit de wereld dat de Gouden Doerian enkel werd ingesteld om enkele vrouwelijke schrijvers dwars te zitten.
De vraag die overblijft na al deze gelijkhebberij: is de Nederlandse Boekenwereld geholpen met dit initiatief? Arjan Peters geeft zelf het antwoord: er zijn slechte boeken genoeg, en dus moet er volgend jaar opnieuw een Doerian-jury komen: kritische lezers die beroerde romans fileren, met een stalen gezicht, zonder genade.
Ook dáár heeft Arjan Peters gelijk in.


jaeggi om 11 maart 2005 09:46

Post a comment




Remember Me?